Zeiltermen begrijpen: een sterke start
Eerlijk is eerlijk: zeilen kan in het begin best overweldigend klinken. Woorden als bakboord, overstag en grootzeil vliegen je om de oren. Toch zijn de belangrijkste zeiltermen juist dé sleutel veilig, met plezier en vol zelfvertrouwen het water op te laten gaan.
Veel beginnende zeilers herkennen het: je zoekt informatie op over zeillessen, maar begrijpt de helft niet. Wat bedoelen ze met “aan de wind varen”? En waarom is stuurboord zo belangrijk? In deze blog leggen we de belangrijkste zeiltermen helder uit, zodat jij een beter beeld hebt hebt én waarom deze kennis zo waardevol is om met veilig het water op te kunnen.
Belangrijkste zeiltermen aan boord
Om te beginnen zijn er een aantal zeiltermen die op vrijwel elke boot terugkomen. Deze belangrijkste zeiltermen vormen de basis van veilig en zelfstandig varen.
Bakboord en stuurboord: Bakboord is, als je naar de punt van de boot kijkt, de linkerkant van de boot, stuurboord de rechterkant. Dit is belangrijk omdat je aan boord niet altijd dezelfde kant op kijkt, als je achterstevoren in de boot zit is links en rechts anders dan iemand die andersom zit. Bakboord en stuurboord is altijd hetzelfde, dit heeft namelijk te maken met de zijden van de boot.
Roer: Hiermee stuur je de boot. Soms heeft het roer een helmstok: een stok die je heen en weer beweegt van bakboord naar stuurboord om te kunnen sturen. Het kan ook zijn dat een roer een stuurwiel heeft.
- Giek: Misschien wel het “gevaarlijkste” onderdeel van de boot. De giek is een lange, houten of metalen balk die vanaf de mast naar achter loopt. De giek zorgt ervoor dat het zeil op spanning staat en daardoor wind kan vangen. Bij het overstag gaan of gijpen (lees hieronder) komt de giek over naar de andere kant en is het extra belangrijk om goed te bukken.
- Grootzeil: Het grootzeil is, zoals het zelf al zegt, het grootste zeil aan boord, dit is het zeil dat de meeste snelheid creëert.
- Fok: De fok is een extra zeil dat voor het grootzeil staat, dit zeil zorg voor extra snelheid maar verbeterd ook de zeileigenschappen van de boot. Sommige manoeuvres worden door de fok een stuk makkelijker.
Deze zeiltermen leer je niet alleen uit een boekje, maar vooral door te doen. Dat maakt het leren leuk en effectief. Tijdens een zeilles in Friesland worden deze termen aangeleerd, afgestemd op leeftijd en niveau.
Zeiltermen en belangrijkste zeiltermen rondom de wind
Wind is alles bij zeilen. Begrijpen hoe de wind werkt en welke termen daarbij horen, is essentieel. Dit klinkt soms technisch, maar het wordt al snel logisch als je een dag op het water bent.
Aan de wind varen: Zo schuin mogelijk tegen de wind in varen. Recht tegen de wind in zeilen is niet mogelijk, maar schuin tegen de wind in wel. Hoe dat kan is een lang en moeilijk natuurkundig verhaal vergelijkbaar met waarom een vliegtuig kan vliegen. Het is echter wel super handig!
Voor de wind varen: De wind komt van achteren. Op deze koers vangt het zeil de meeste wind en gaat de boot dus ook het snelst.
Overstag gaan: Van de ene kant van de wind naar de andere draaien met de punt door de wind. Als de wind van bakboord komt staat het zeil aan stuurboord, deze wordt daar namelijk naartoe geblazen. Ga je overstag, dan komt de wind vanaf de andere kant in het zeil en komt deze dus ook over.
Gijpen: Van koers veranderen met de achterkant van de boot door de wind. Je doet hier precies hetzelfde als bij de overstag alleen draai je het rondje de andere kant op. Dit keer draai je niet de punt voor de wind maar de achterkant. Bij de gijp komt het zeil harder over van de ene kant naar de andere kant.
Deze belangrijkste zeiltermen leren om vooruit te denken en samen te werken. Je moet goed communiceren, timing inschatten en elkaar vertrouwen.
Zeiltermen die zorgen voor veiligheid en vertrouwen
Veiligheid staat altijd voorop, zeker als het om kinderen gaat. Daarom zijn er specifieke zeiltermen die draaien om controle en overzicht.
Schoten: Touwen waarmee je de zeilen bedient. Met de schoten kun je ervoor zorgen dat een zeil meer of minder wind vangt. Ga je te hard dan kun je deze dus bijstellen om wat snelheid te verliezen. Kom je nier vooruit? Dan ligt het meestal aan de stand van het zeil.
Zeil hijsen en strijken: Het omhoog en omlaag halen van het zeil. Zo klappert het zeil niet kapot in de wind wanneer je het niet gebruikt maar is deze netjes opgeborgen. Wanneer je er klaar voor bent hijs je de zeilen.
Wat wij vaak merken, is dat beginnende zeilers door deze termen en handelingen rustiger en zekerder worden. Je weet wat er van je verwacht wordt en bent onderdeel van een team.
Wil je deze ervaring zelf meemaken? Of is dit echt iets voor jouw kind? Bezoek onze website, ontdek wat past en neem gerust contact met ons op als je vragen hebt. Wij helpen je graag om jouw kind een onvergetelijke én leerzame tijd op het water te geven.